This is an old revision of the document!
Table of Contents
Behandelen Zieke Dieren en Noodsituaties
EHBO handelingen
Spoed Patienten
Normaal als een dier binnenkomt doe je:
- Signalement
- Anamnese
- Algemene indruk
- Algemeen onderzoek
Spoed
Bij spoed behandel je eerst hetgeen wat de aandacht nodig heeft.
- Rustig blijven
- Zorgen voor veiligheid
- Zorgen voor hulp
Blijf rustig: In paniek kan je niet werken. Zorgen voor veiligheid: Zorgen dat de situatie veilig is voor dier, mensen en jezelf. Zorgen voor hulp: Haal hulp zodat je het dier goed kan helpen.
Spar
Spar is de verouderde versie van het ABCDE-onderzoek. Spar staat voor:
- Slijmvliezen
- Ols
- Ademhaling
- Reflexen
ABCDE-onderzoek
Bekijk het dier van dichtbij, op een tafel indien mogelijk. Werk altijd vanaf de zijkant van de hond om bijtrisico te verminderen.
A: Airway
Airway: Luchtwegen of ademhalingsstelsel
- Is de ademweg vrij?
- Ademhalingsproblemen: Dier is benauwd
- Oorzaak verstikking
- Zijn er bijgeluiden
- Alleen in de bek kijken indien nodig
B: Breathing
Breathing: Ademhaling > Regelmatige ademhaling Sta schuin achter de hond en kijk naar de onderkant van de buik en de zij. Vraag iemand anders het dier vast te houden.
Ademhaling:
- Diepte
- Type (borst/ buik/ borst-buik)
- Ritme
- Frequentie (tellen)
- 1 ademhaling is 1 keer in en 1 keer uit
Slijmvliezen > kleur (kijk binnenkant lip, ooglid of vulva/ anus)
- Roze: Geen afwijkingen
- Rood: Ontsteking
- Blauw: Zuurstoftekort
- Geel: Geelzucht of leveraandoening
- Zwart: Pigment of necrose (afsterven)
- Wit/ Bleek: Schock, slechte circulatie, bloedarmoede, bloedverlies
C: Circulation
Circulation: Circulatie, bloedsomloop - regelmatige hartslag Voel in de liezen naar de hartslag.
Pols: KRESS en Frequentie
- Krachtig: Hoe krachtig voel je hem tegen je vingers
- Regelmatig: Heeft hij een vast ritme
- Equaal: Slagen beide kanten even sterk
- Symmetrisch: Links en rechts tegelijk
- Synchroon: Eerst hartslag, gevolgd door polsslag
Slijmvliezen: CRT Cappulaire refill time: Terugstromen van het bloed Druk op de lip om het bloed eruit te drukken. Kijk of het binnen een seconde terugstroomt.
- <1 seconden
- Je bekijkt dit in de lip, niet het tandvlees
D: Disability
Disability: Bewustzijn niveau, werking van de zenuwen
Bewustzijn niveau:
- Alert
- Sopor/ verminderd bewustzijn
- Stupor/ bewusteloos
- Coma/ diep bewusteloos
Reflexen:
- Dreigreflex: Met de hand naar het oog toe bewegen, het dier hoort te knipperen.
- Ooglidreflex: Tik langs het oog, het dier hoort te knipperen.
- Pupilreflex: Bedek het oog voor 5 of 10 seconden, de pupil hoort van groot naar klein te gaan wanneer het ligt erin valt.
- Terugtrekreflex: Til de poot naar achter op, het dier hoort hem zelf weer terug te zetten.
- Anusreflex: Tik rond de anus, de anus hoort terug te trekken.
E: Exposure - Environment
Exposure: Environment, omgeving, buitenkant dier
- Neus
- Ogen
- Oren (geur)
- Bek (tanden, tandvlees)
- Huid
- Haar
- Nagels
- Zooltjes (tussen de zooltjes)
- Anus
- Geslachtsdeel
Volgorde van handelen
Bij spoed:
- Blijf rustig
- Zorg voor veiligheid van jezelf, omstanders en dier
- Zorg voo hulp
- Onderzoek > ABCDE
- Indien mogelijk, dier behandelen
- Ga altijd langs een dierenarts
