Site Tools


zen:jaar_1:periode_1:rassenkennis

This is an old revision of the document!


Rassenkennis

Rasgroepen Honden

Rasgroep 1: Herdershonden en Veedrijvers

Veedrijvers:

  • Zwaargebouwde honden
  • Lange afstanden afleggen, drijven van groot vee (runderen)
  • Kudde beschermen tegen roofdieren

Herdershonden (Schepers):

  • Snel en behendig
  • Kuddes (veelal kleine herkauwers) bijeenhouden
  • Afgedwaalde dieren ophalen
  • Werken in groepen met de herder
  • Niet in staat de kudde te beschermen tegen roofdieren
  • Respectabel uithoudingsvermogen
  • Leren snel en graag

Rasgroep 2: Pinchers en Schnauzers, Molosserrs en Zwitserse Sennenhonden

Pinchers en Schnauzers:

  • Pinchers, veelal gladharig
  • Schnauzers “hoog benige” Terriers

Molossers:

  • Breedschedelige zwaargebouwde honden
  • Oorspronkelijk vechthonden
  • Rustig karakter

Zwitserse Sennenhonden:

  • Veelzijdige honden
  • Vee drijven
  • Erf bewaken

Rasgroep 3: Terriers

Hoogbenige Terriers:

  • Uitroeien van klein knaag- en roofwild
  • Kunnen vossen volgen op lange afstanden door nauwe spleten en gangen naar hun hol

Kortbenige Terriers:

  • Doden van ongedierte
  • Kunnen onder de grond werken
  • Inzetbaar in rotsachtig gebied, goede klimmers

Bullterrier type:

  • Door inkruisen met vechthonden
  • Moedig en krachtig
  • Zeer gevaarlijk in het gevecht

Toy-type:

  • Werkende voorouders
  • Later gehouden om schoonheid

Rasgroep 4: Dashonden

Dashond, Dwergdashond:

  • Opsporen van klein wild
  • Opjagen van klein wild uit hun holen
  • Uitblinkers in het volgen van zweetsporen (bloed- of geursporen)
  • Geweldig uithoudingsvermogen

Kaninchen dashond:

  • Speciaal gefokt voor de konijnenjacht

Rasgroep 5: Spitsen en Oertypen

Keesachtigen mogen gerekend worden tot de oudste gedomesticeerde dieren die afstammen van dicht bij de wolf staande honden. Komen overeen op basis van uiterlijk i.p.v. werkeigenschappen

Noord-Europese sledehonden:

  • Robuust gebouwde honden
  • Geweldig uithoudingsvermogen
  • Kunnen werken in de koudste bedieden van Europa

Noord-Europese jachthonden:

  • Jagen op groot wild (eland, beer of wolf)
  • Jagen op klein wild (papegaaiduiker, watervogels, haas en konijn)
  • Zeer luidruchtig

Noord-Europese waak- en herdershonden:

  • Drijven en bewaken van kuddes (rendieren en paarden)
  • Ook inzetbaar als sledehond

Rasgroep 6: Lopende Honden en Zweethonden

Grootste deel van deze groep:

  • Achtervolgen van wild
  • Soms zelf overmeesteren van wild
  • “Stellen”, Beletten om weg te komen, zodat de jager het kan doden
  • “Zweet” staat voor het bloed van het aangeschoten wild
  • Wonen en werken bijna altijd samen in grotere groepen

Rasgroep 7: Voorstaande honden

  • Mag wild niet achtervolgen of aanwijzen
  • Geschoten wild zoeken
  • Zoekt vlot bewegend het gebied af
  • Bij gevonden wild blijft de hond stokstijf staan met de neus in de richting van het opgemerkte wild
  • Sommige worden ingezet voor de visserij

Rasgroep 8: Retrievers, Spaniels en Waterhonden

Retrievers:

  • Op aanwijzing ophalen van geschoten wild

Spaniel:

  • Drijfhond
  • Stoten het wild uit begroeiing op

Waterhonden:

  • Goede zwemmers
  • Bezitten ook eigenschappen van Retrievers en Spaniels

Rasgroep 9: Gezeldschapshonden

  • Zeer diverse groep
  • Samenraapsel van puur voor het plezier gehouden honden
  • Op uiterlijk gefokte schoonheden
  • Soms “verdwergde” afstammelingen van werkhonden

Rasgroep 10: Windhonden

  • Qua werk collega's van rasgroep 6
  • Achtervolgen van wild “op het zicht”
  • Jagen “op het zicht” (lange jacht)

Rasgroepen Katten

Katten worden opgedeeld in vier rasgroepen:

  • Langharig
  • Halflang haar
  • Korthairg
  • Speciaal

Rasstandaard

Voor rassen in het land van oorsprong wordt de zogenaamde rasstandaard opgesteld. In de rasstandaard worden specifieke kenmerken beschreven zoals:

  • Vachtstructuur
  • Kleur
  • Bouw
  • Staartdracht
  • Etc.

Verder wordt beschreven:

  • Karakter
  • Eventuele werkeigenschap

Gedragskenmerken

Kat

Waar let je op?

  • Oren
  • Pupillen
  • Snorharen
  • Staart

Oren

Oren naar voren: Oplettend Oren naar achter: Geirriteerd/ bang

Pupillen

Grote pupillen: Bang Kleine Pupillen: Oplettend

Staart

Staart recht omhoog: Blij Staart omhoog met een krul: Vriendelijk Staart dik omhoog: Boos Staart tussen de benen: Bang Staart stijf heen en weer, laag: Geïrriteerd Staart relaxed naar achter: Ontspannen

Houding

Rug bol: Bang/ agressief

Hond

Waar let je op?

  • Borstelen
  • Gebit laten zien
  • Gapen/ Bek aflikken
  • Staart

Escalatie van stress:

  1. Geeuwen, knipperen, smekken
  2. Kop wegdraaien
  3. Lichaam wegdraaien, zitten, poot geven
  4. Weglopen
  5. Lage houding, oren plat
  6. Ineengedoken blijven staan, staart ingetrokken
  7. Neerliggen, poot omhoog
  8. Verstijven, aanstaren
  9. Grommen
  10. Snauwen
  11. Bijten
zen/jaar_1/periode_1/rassenkennis.1632984573.txt.gz · Last modified: (external edit)

Donate Powered by PHP Valid HTML5 Valid CSS Driven by DokuWiki