This is an old revision of the document!
Table of Contents
Met behulp van Gezondheidskenmerken de Gezondheid van een Dier kunnen controleren
Honden en Katten met oog voor Welzijn kunnen hanteren/ Fixeren
Hond Optillen
- Kleine hond niet tegen je zij aan houden met optillen
- Kleine hond alleen
- Hrote hond altijd met z'n twee
- Zware honden met z'n twee
- Bij twijfel, vraag hulp
Optillen
Alleen:
1 Arm onder de buik. Hierbij leg je je hand aan de andere zijde van de hond. 1 Arm onder de hals. Hierbij leg je je hand in de nek. Als een hond een halsband om heeft, pak je die.
Samen:
Bij grote honden doe je hetzelfde als wanneer je een hond alleen optilt, maar heb je iemand anders die de hond onder de buik aan de achterkant pakt en onder de staart.
Fixeren staat in Zieke Dieren en Noodsituaties
Algemene Indruk
Wat je aan het dier kan merken zonder er mee in contact te komen. Dit doe je om het gedrag niet te beinvloeden.
- Bekijk het dier van een afstand
- Observeren zonder het gedrag te beinvloeden
- Niet op tafel
- Kijken en luisteren
Kijken hoe het dier eruit ziet zonder aanraking (of zo min mogelijk)
- Bewustzijn: Attent, Sopor (slaperig dier), Stupor (reageerd alleen op sterke prikkel), Coma (niet wakker te krijgen)
- Gedrag: Normaal, Abnormaal (BV Rondjes lopen, alleen maar krabben/ bijten)
- Houding: Normaal (staant), Abnormaal (ligt, zijligging is erger dan buikligging, rug)
- Gang: Normaal, Kreupel (welke poot)
- Lichaamsbouw (BV Te korte poten, te bolle buik)
- Voedingstoestand (Zie Body Condition Score)
- Vacht, Normaal (glanzend), Abnormaal (dof, verkleurd, kaalheid)
- Geluiden: Normaal (blaffen, miauwen, spinnen, grommen, ademhaling), Abnormaal (ademhaling, darmen, hoesten, niezen, kraken bij lopen)
- IHOSKA: In het Oog Springende Klinische Afwijkingen (wrat, grote bult, teken)
Body Condition Score
BCS
- Zeer mager
- Ondergewicht/ Atletisch
- Ideaal gewicht
- Overgewicht
- Zwaarlijvig/ Obese
Afwijkingen aan kunnen geven
Nog geen informatie
Collega's kunnen instrueren actie te ondernemen
Nog geen informatie
Meest voorkomende Ziekte veroorzakers
Ziekteverwekkers
Bacterie
- Eencellig
- Geen kern
- 3 Vormen: Rondje, stafje en spiraal
- Groei afhankelijk van vochtigheid en temperatuur
- Te doden met antibiotica
Virus
- Klein
- Geen kern
- Heeft levende cel nodig om te groeien
- Incubatietijd
- Vaccinatie
- Virusremmer
Protozoa
- Eencellig
- Kern
- Komt binnen via de mond
- Verspreiding via ontlasting
- Belangrijk voor de toets:
- Giardia (diaree bij puppies)
- Leishmania (ziek mager, verspreid door zandvliegen)
- E Cuniculi (konijnenziekte, hoofd schuin en de hele tijd in rondjes lopen, slecht te behandelen)
Gist
- Eencellig
- Celkern
- Malassezia (huidinfectie, belangrijk voor toets)
Prion
- Misvormd eiwit
- Niet afgebroken door enzym
- Belangrijk voor de toets:
- Gekkekoeienziekte
- Scrapie (schapen)
- Creutzveld Jacob (mensen)
Schimmel
- Meercellig
- Celkern
- Draden
- Ringworm
- Binnenkrijgen via schimmels
- Ademhaling
- Omgeving
- Eten
- Goed te behandelen
Meest voorkomende Endo en Ecto parasieten
Parasiet
Ectoparasieten
- Insecten (6 poten)
- Vlo
- Ieder soort heeft een eigen vlo
- Jeuk
- Drinken bloed
- Bloedarmoede
- Vlooienallergie (speeksel van vlo)
- Ziektes overdragen
- Kattenkrabziekte
- Lintworm
- 5% in de omgeving (95% op het dier)
- Luizen
- Neet
- Twee soorten
- Zuigende (bloedarmoede)
- Bijtende
- Zandvlieg
- Zuid-Europa
- Leishmania
- Maden (Myase)
- Eitjes van vliegen op natte plekken
- Binnen 6 uur behandelen
- Spinachtigen (8 poten)
- Teken
- Ziektes overbrengen
- Ziekte van Lyme
- Babesia (bloedarmoede)
- Binnen 24 uur verwijderen voor geen risico op ziekte
- Mijten
- Cheyletiella (vachtmijt, lijkt op roos)
- Sarcoptes (schurft)
- Demodex (bij iedereen, pas schadelijk bij zwakke weerstand)
- Otodex (oormijt)
Endoparasieten
- Wormen
- Lintworm (brede slierten, segmenten)
- Rondwormen (darmen, hard, oog, longen, lange slierten)
Meest voorkomende aandoeningen
Nog geen informatie
Zoonose kunnen benoemen
Een zoonose is een infectieziekte die van mens naar dier, of van dier naar mens kan worden overgebracht. Nederland heeft niet veel zoonose.
Dit kan direct of indirect.
Direct
- Contact tussen mens en dier
- Contact met voedsel (vlees, eieren, melk)
Indirect
- Wormei in zand
- Van kat, naar poep, van zand naar hand, naar mond
Via Tussengastheer
- Vlo of teek
- Tussengastheer die ziekteverwekkers bij zich dragen die worden overgegeven op mens of dier.
