Site Tools


zen:jaar_1:periode_1:apparaten_en_stelsels

This is an old revision of the document!


Werking Bewegingsapparaat, Zenuwstelsel, Circulatieapparaat, Plaats en Functie van organen

Bewegingsapparaat

Anatomie Bewegingsstelsel:

Spieren, botten en pezen

  • Passief: Skelet
  • Actief: Spieren
  1. Schedel, Onderkaak en Bovenkaak
  2. Halswervels (altijd 7)
  3. Borstwervels
  4. Lendenwervels
  5. Bekken
  6. Heiligbeen
  7. Staartwervels
  8. Schouderblad
  9. Opperarmbeen
  10. Spaakbeen
  11. Ellepijp
  12. Handwortelbeentjes
  13. Middenhandsbeentjes
  14. Teenkootjes
  15. Ribben
  16. Dijbeen
  17. Knieschijf
  18. Scheenbeen
  19. Kuitbeen
  20. Hielbeen/ Hak/ Spronggewricht
  21. Voetwortelbeentjes
  22. Middenvoetsbeentjes
  23. Teenkootjes

Fysiologie Bewegingsstelsel:

  1. Bewegen
  2. Bescherming
  3. Maken van bloedcellen

Indeling van botten:

  1. Pijpbeenderen
  2. Platte botten
  3. Massieve beenderen

Pijpbeenderen: Alle lange botten. BV: Ellepijp Bij jonge dieren is de holte helemaal gevuld met rood beenmerg. Bij oudere dieren is de holte gevuld met geel beenmerg en zit alleen aan de uiteindes nog rood beenmerg. Rood beenmerg: Aanmaak van bloedcellen. Geel beenmerg: Vet opslag.

Platte botten: Dunne, platte botten. BV: Schedel, Schouderblad In het midden zit beenmerg. Platte botten zitten op plekken waar beschermind van organen nodig is.

Massieve botten: Helemmaal bot. BV: Knieschijf, Teenkootjes Kleine botten, helemaal massief.

Soorten verbindingen tussen botten

  1. Onbeweeglijk
  2. Weinig beweeglijk
  3. Beweeglijk (gewricht)

Om een gewricht zit altijd een gewrichtkapsel. Aan de uiteindes van beide botten waar ze langs elkaar bewegen zit een laagje kraaktbeen.

Gewrichtsvloeistof/ Gewrichtssmeer (Synovia) zit in elk gewricht om het gewricht soepel te kunnen bewegen.

Gewrichtsbandjes zijn banden die af en toe in gewrichten zitten. Ze lopen van het ene gewricht naar het andere en geven zo extra stevigheid.

Het gewrichtskapsel houdt het gewricht bij elkaar en produceerd gewrichtsvloeistof.

Zenuwstelsel

Anatomie zenuwstelsel:

Hersenen (grote en kleine), ruggenmerg en hersenstam

Grote hersenen: Het grootste deel van de hersenen.

Kleine hersenen: Een aanhangend stuk hersenen onder de grote hersenen.

Hersenstam: Een stuk zenuwstelsel onder de kleine hersenen.

Ruggenmerg: Loopt langs de ruggengraat. Heeft uitlopers door het lijf (perifere zenuwen).

Fysiologie zenuwstelsel:

Aansuren van het dier. Reflex: Een prikkel die vanaf de oorsprong naar het ruggenmerg via een sensorische zenuw gaat en direct terug met een motorische zenuw. De prikkel komt niet naar de hersenen. (Wel gaat er een tweede prikkel om de hersenen te vertellen wat er gebeurt.) Met reflexen kun je testen of er iets mis is in het zenuwstelsel.

Circulatieapparaat

Anatomie bloedsomloop:

Hart, slagaders, haarvaten en aders. Het hart bestaat uit de linker- en rechterboezem, en de linker- en rechterkamer. Slagaders zijn aders met een dikke wand, ze voeren bloed van het hart naar het lichaam. Haarvaten zijn dunne aders, maar 1 cel dik, en maken de uitwisseling van stoffen mogelijk. Aders hebben kleppen in zich om te zorgen dat bloed niet terugstroomt, ze voeren bloed van het lichaam naar het hart.

Fysiologie bloedsomloop:

Het circulatieapparaat zorgt voor uitwisseling van stoffen door het lichaam. In de longen wordt zuurstof opgenomen en koolstofdioxide afgegeven. Het zuurstof in het bloed wordt aan de organen in het lichaam geleverd. Ook is het bloed transport voor afvalstoffen die het lijf aan het bloed levert. Deze worden naar de juiste plek in het lichaam gebracht voor afbraak of uitscheiding.

Plaats Bewegingsapparaat, Zenuwstelsel en Circulatieapparaat

Bewegingsapparaat

Zenuwstelsel

Circulatieapparaat

Functie Bewegingsapparaat, Zenuwstelsel, Circulatieapparaat

Functie Bewegingsapparaat:

Het bewegingsapparaat heeft verschillende functies:

  1. Mogelijk maken van bewegen
  2. Beschermen van onderliggende structuren
  3. Maken van bloedcellen
  4. Geven van vorm, stevigheid en houding aan het lichaam

Functie Zenuwstelsel:

De functie van het zenuwstelsel is het lichaam te laten reageren op veranderingen. Zowel binnen als buiten het lichaam.

Functie Circulatieapparaat:

Het circulatieapparaat zorgt voor uitwisseling van stoffen door het lichaam.

zen/jaar_1/periode_1/apparaten_en_stelsels.1635067711.txt.gz · Last modified: (external edit)

Donate Powered by PHP Valid HTML5 Valid CSS Driven by DokuWiki