Varken
Er bestaan 300 verschillende varkens rassen.
Verzorging
Dagelijkse verzorging:
Voeren (automatisch)
Vers drinkwater geven
Monitoren
Stalverzorging
Periodieke verzorging:
Grondige stalverzorging
Vaccineren en ontwormen
Ijzer spuiten
Eventueel castreren
Voeding
Varkens zijn omnivoren, alleseters.
Voor elk levensstadia hebben ze speciale brokken.
Varkens krijgen (meestal) eten via een automatisch voersysteem.
De voeding wordt eventueel aangevuld met ruwvoer.
Varkens krijgen eten op een vast tijdstip en krijgen een vaste hoeveelheid voer.
Huisvesting
Verschillende soorten bedrijven hebben verschillende afdelingen.
Vermeerderingsbedrijf: Fokt biggetjes op en levert ze daarna aan vleesvarkensbedrijven.
Vleesvarkensbedrijf: Jonge varkens worden opgefokt tot ze de juiste leeftijd en gewicht hebben.
Gesloten bedrijf/ gemengd bedrijf: Fokt eigen biggen groot.
Verschillende type landbouw en huisvesting bestaan. Deze verschillen in:
Gangbaarheid, hoe gebruikelijk de manier van houden is.
De intensiteit, hoeveel energie er in het houden van het dier wordt gestoken.
Of het een biologische houderij is. Hier zitten extra eisen aan.
Of het een biodynamische houderij is. Deze houden rekening met het natuurlijk ritme van het dier (o.a. voortplanting).
Verschillende afdelingen
Dekstal/ Guste Zeugenafdeling:
Komen uit het kraamhok.
Uitloop uit de dekstal naar buiten voor de bevordering van de berigheid.
Vaak wordt de beer individueel gehuisvest in een berenhok dichtbij (bevordering berigheid bij zeugen).
Voersysteem: Vaak individuele voedering. Volumedosator ook mogelijk.
Individuele huisvesting tot 4 dagen na het dekken, daarna in de groep.
Licht voor de bevordering van de berigheid.
Roosters, vaak beton. Voorkomt vervuiling.
Dragende zeugenafdeling:
Komen na het dekken in de dragende zeugenafdeling.
Tegenwoordig moeten de dragende zeugen in groepen gehuisvest worden.
Verschil groepshuisvestingssysteem is: wel of niet gelijktijdig vreten.
Verschillende soorten systemen:
Kraamafdeling:
Een week voor het werpen komen zeugen in het kraamhok.
Een zeugperiode (spenen) duurt circa 25 dagen.
Als biggen blijven: Kraamopfok
Opstellingen:
Lengte-opstelling
Dwarsopstelling
Roosters: meestal volledig roosters vanwege hygiene
Betonnen roosters
Metalen roosters
Kunststofroosters
Zeugenbox: De zeug wordt individueel gehuisvest.
Biggennest: Verwarmd middels vloerverwarming of biggenlamp.
Gespeende afdeling:
Vleesvarkenshok:
Voortplanting
Vrouw: Zeug
Nog niet gedekte vrouw: Gelt
Man: Beer
Gecastreerde man: Borg
Jong: Big
Voortplanting wordt voornamelijk met Kunstmatige Inseminatie (KI) gedaan.
Zeugen gaan zelf staan voor dekken. Vaak wordt er een beer bij de zeugen gezet zodat ze het sta-reflex vertonen. Hierbij blijven ze stijf stil staan voor de beer. Dan kunnen ze vervolgens kunstmatig worden geinsemineerd.
Dracht duurt: 3 maanden, 3 weken, 3 dagen.
Gedrag
Zonder reproductie geen nieuwe varkens.
Reproductie is afhankelijk van: seksueel gedrag, nestbouwgedrag, maternaal gedrag.
Seksueel gedrag: Een zeug in de vrije natuur wordt begin november berig. Beren vechten om een familiegroep. De beer die wint mag de zeugen in de familiegroep dekken.
Nestbouwgedrag: De biggen worden in het vroege voorjaar geboren. De zeug maakt een nest van takken, gras en bladeren.
Maternaal gedrag: Verzorgend gedrag van de zeug naar de biggen. De eerste dagen na de geboorte blijven de biggen in het nest. Na 10 dagen gaan de biggen uit het nest op onderzoek uit.
Bevruchten
Voorbrontst:
Vooral bij gelten is de kling rood en gezwollen. De schede bevat wat taai slijm.
De zeug is onrustig. Ze vertoont een actief orenspel en bespringt andere zeugen.
De zeug blijft niet stilstaan als je op haar kruis drukt.
Bronst:
Zwelling van de kling is verminderd, het slijmvlies is roze. De schede bevat wat dun slijm.
De zeug geeft een typische, vrij zachte, langgerekte en laag tonige knor.
De zeug blijft stokstijf staan voor de beer. Bij drukken op het kruis van de zeug blijven ze stilstaan met een gekromde rug.
Insemineren:
Over-insemineren:
Domesticatie van het varken
Varkens zijn van zwijnen gedomesticeerd. Dit gebeurde tussen 5000 en 800 voor Chr.
Het varken in de natuur
Heeft een sterke hierarchie.
Sociale organisatie: Familiegroepen
Meerdere generaties verwante zeugen met hun biggen (Familiegroepen van 5 a 10 zeugen, inclusief biggen).
Vrouwelijke nakomelingen blijven vaak na het spenen bij de groep.
Beren horen niet bij de groep en leven eerst in een vrijgezellengroep. Als ze volwassen zijn leven ze solitair.
Hebben een territorium dat bestaat uit:
Houden contact onderling door:
Knorgeluiden: 25 tot 30 verschillende knor- en gromgeluiden
Varkens hebben een goed gehoor.
Varkens kunnen goed ruiken
Varkens zien slecht (waarschijnlijk kleurenblind)
Ritme:
Sociale structuren bij zeugen
matriarchale ordening: Moederdieren hebben het grootste gezag.
Groepsgrootte bestaat uit 2 tot 5 zeugen met nakomelingen (uit verschillende worpen)
Stabiele rangorde bepaald door leeftijd en gewicht.
gesynchroniseerd gedrag: Tegelijk slapen, eten, etc.
Rusten
Varkens liggen 65 tot 70% van de tijd. Ze slapen dan niet.
Varkens rusten graag tegelijk. Hier moet voldoende ligruimte voor zijn.
De ligruimte moet gescheiden zijn van andere ruimtes (bijv. eetruimte) en moet rugdekking en overzicht bieden (geen aanvallen uit onverwachten hoek).
Eten en drinken
Varkens eten en drinken het liefst de hele dag. Eten en drinken is belangrijker voor ze dan tijd doorbrengen met soortgenoten of het hebben van verrijkingsmateriaal.
De samenstelling van het voer (en water) is belangrijk:
Vers
Verzadigd
Voldoende nutrienten
Inrichting van de eet- en drinkplaats:
Moet groot genoeg zijn
Moet varkens tegelijk kunnen laten eten (synchroon eten)
Moet varkens ongestoord kunnen laten eten
Moet een drinkplaats in de buurt van de eetruimte hebben
Moet een niet te gladde vloer hebben