De f-String maakt het eenvoudiger om variabelen op te nemen in een string zonder rekening te hoeven houden met ingewikkelde constructies (+ en ,) en verschillende datatypes:
Voorbeeld 1:
score = "5"
print(type(score)
print(f"Je hebt {score} punten")
Resultaat:
<class 'str'> Je hebt 5 punten
Voorbeeld 2:
score = 5
print(type(score)
print(f"Je hebt {score} punten")
Resultaat:
<class 'int'> Je hebt 5 punten
Het type variabele maakt dus niet uit; door voor de string een âfâ te plaatsen en de variabele in de string te omsluiten met {} wordt de variabele afgedrukt.
Voorbeeld 3:
waarde1 = "Hello"
waarde2 = "World"
waarde3 = "ook!"
print(f"{waarde1} {waarde2}! Dit werkt {waarde3}")
Resultaat:
Hello World! Dit werkt ook!