Wat voorbeelden (spaties zijn optioneel, verandert werking niet) * Optellen: print(8+3) * Aftrekken: print(11-3) * Vermenigvuldigen: print(3 * 8) * Machtsverheffen: print(2 ** 3) * Delen: print(6 / 3) * Reminder: print(10 % 3) Delen levert altijd een float op (in bovenstaand voorbeeld dus 2.0). Als dat niet gewenst is heb je een paar opties: print(8/3) 2.6666666666666665 print(int(8/3)) 2 print(8//3) 2 Zoals je ziet wordt er altijd naar beneden afgerond (de decimalen worden gewoon verwijderd). Je kunt echter ook netter afronden met //round// gevolgd door het getal en aantal decimalen tussen haken: print(round(8/3,2)) 2.67 print(round(8/3)) 3 ==== Rekenen met variabelen: ==== Wanneer je bv wil optellen: x = 1 print(x) 1 x = x + 1 print(x) 2 Dit kan ook geschreven worden als: x = 1 print(x) 1 x += 1 print(x) 2 Op dezelfde manier: x = 5 x -= 1 (4) x *= 3 (15) x /= 2 (2.5) x //= 2 (2) Restwaardes (remainders) kun je berekenen met behulp van de //modulo(%)//: print(10 % 3) (resulaat = 1) print(11 % 3) (resultaat = 2) Je kunt de modulo gebruiken om priemgetallen te vinden; wanneer een reeks delers op een getal geen remainder van 0 oplevert kun je stellen dat het een priemgetal is: number = int(input("Enter any number above 2: ")) for divisor in range(2, number): if number % divisor == 0: notaprime = True break else: notaprime = False if notaprime == True: print(f"{number} is not a prime number.") else: print(f"{number} is a prime number.")